• Bloeiers in januari

    Winterjasmijn

    winterjasmijnIs verdwenen tijdens de sneeuwperiode.

    Winterakoniet is verschenen na de dooi.

    winterakoniet

    Het stinkend nieskruid is ook een echte winterbloeier.

    stinkend nieskruid

    Verder staan de bloempjes van de toverhazelaar klaar om te bloeien en de krulhazelaar. Ook de krokussen zijn klaar om open te gaan. Maar nog wel alleen diegene die vorig jaar zijn geplant. De ouderen laten nog maar pas hun groene neus zien. Ook de platte wilg heeft aan enkele mooie dagen genoeg om zijn stuifmeel te lossen. De bijen vlogen vandaag aan alle kasten. Overal was het opruimdag. Ik heb toch maar even geholpen met een stokje om het vlieggat te ontdoen van dode bijen. Maar het is een geruststelling dat de volken bezig zijn hun woning op te ruimen.

    De imker is vandaag begonnen met de produktie van nieuwe raampjes. Tientallen meters op een breedte van 25mm en een dikte van 15mm. Dit worden de onder en bovenlatjes van de raampjes. De zijkanten maak ik van de restjes vermits dat de kortste stukjes zijn en die worden dunner geschaafd op 10mm. De boven en onderlat krijgen nog een draadgroef en draadgaten. De bovenlat moet dan ook nog oortjes krijgen van 10 mm dik. De foto's volgen nog.

  • Plantenruildag Verenigde Taxanders Tessenderlo

    37e bloemen- en plantenruildag


    Zondag 17 maart 2013
    Meulenhof, Molenstraat 2c, 3980 Tessenderlo


    13 u. aanvoeren van het ruilmateriaal.
    14 u. ruilen van bloemen zaden en planten.
    17 u. gratis tombola.


    Vaste planten, bomen, kruiden, struiken en zaden voor iedereen.Gratis stand voor elke beginner.
    De lente dient zich aan en onze handen jeuken om weer in de tuin te werken. Dit is de geschikte ruildag om ook in uw tuin aan vernieuwing te doen zonder kosten. Ruilen is gratis en zonder verplichting. Voor iedereen is er gratis tombola en een extra prijs voor iedere ruilstand.
    Volg de pijlen.

    Tot 17 maart in Tessenderlo.


    Van harte welkom bij een glaasje mede
    en een stukje taart.

     

    Zegt een kleurige bloementuin u wel wat? Voor u het weet, doet ook u daadwerkelijk iets om het de bloembezoekende insecten gemakkelijker te maken. Bloemrijke vegetaties zijn niet alleen gunstig voor het voortbestaan van bijen, maar ook voor dagvlinders en andere insecten. Als het goed gaat met de honigbij gaat het ook goed met heel veel andere diersoorten. Steeds meer mensen leggen een grote bekommernis aan de dag wat betreft ons leefmilieu. De opwarming van de aarde en de toenemende verstedelijking hebben tot gevolg dat talloze diersoorten bedreigd zíjn of het in de nabije toekomst gaan worden. Bijen, gecatalogeerd als huisdieren en van rechtswege beschermd, hebben zwaar te lijden onder het hierboven vermelde fenomeen. Het is zelfs zo dat ze in de vrije natuur, zonder de hulp en verzorging van een imker, bijna geen overlevingskansen meer hebben. De meeste mensen associëren deze insecten met honingwinning en inderdaad is dit een belangrijk argument om een eigen imkerij op te starten. Veel belangrijker is echter de rol die de bijen hebben in de bestuiving van bomen en planten. We richten ons tot een ruim publiek maar in het bijzonder tot de hobbytuinier om zoveel mogelijk planten te kweken ten voordele van onze bijen.


    De Verenigde Taxanders Tessenderlo

  • Oxaalzuur druppelen

    Imkers zijn geen rekenwonders. Het maken van een verdunning is blijkbaar niet aan ons besteed. Wellicht is dat de reden dat we het oxaalzuur moeten laten voorschrijven door een dierenarts en te laten bereiden door een apotheker. Maar kent je dierenarts de juiste samenstelling of dien je als imker hem de juiste samenstelling te geven? En wat is nu de juiste formule? Door het gebruik van een commercieel produkt als Hiveclean of Oxuvar zou er natuurlijk geen probleem meer mogen zijn. De samenstelling staat dan vast en het produkt is klaar voor gebruik volgens de gebruiksaanwijzing.

    Tijdens de vorige imkervergadering zag ik echter nog een zelfgemaakte resthoeveelheid oxaalzuuroplossing van eigenaar wisselen. De oplossing was helder als water en zal dus zeker niet te oud zijn geweest. Alleen weet ik niet wat de juiste samenstelling ervan is en ik heb er al helemaal geen idee van hoe de nieuwe eigenaar dit produkt in zijn register gaat vermelden. Ook was de nieuwe eigenaar dus nog van plan om zijn volken eind januari te druppelen. De bodems van mijn volken laten echter al duidelijk zien dat er broed voorhanden is. De behandeling die nu nog wordt doorgevoerd, zal wellicht niet erg efficiënt zijn tegen de varroamijt. Het effect op de bijen en bij uitbreiding het effect op de jonge larven in het open broed zal er echter niet minder op zijn. Vermits meerdere imkers die ik heb gesproken nog nooit een telling van de natuurlijke mijtenval hadden gedaan en hun kast bij vriestemperaturen ook niet durfden openen, ben ik overtuigd dat de winterbehandeling nog veel te weinig wordt uitgevoerd. Deze overtuiging wordt nog versterkt door het simpele feit dat men zeer geïnteresseerd was in de werkwijze die dient te worden gevolgd. Blijkbaar hadden deze imkers nog nooit behandeld tijdens de voorbije winters.

    In de literatuur heb ik dan gisteren even gezocht naar de juiste formule om voor te leggen aan een dierenarts. Hierbij heb ik zeer veel variatie aangetroffen.

    Het boek Bijenhouden van F. Pohl spreekt van 3,5% in suikerwater 1:1.

    De brochure van Wageningen spreekt van 35g in een oplossing van  600g suiker in 600ml water.

    De Ruhr-Universität Bochum bij monde van Dr. Pia Aumeier spreekt ook van een 3,5% oplossing die 35g oxaalzuur bevat, 200g suiker en 840ml water in 1 liter oplossing. Dit is echter geen suikeroplossing 1:1 en volgens hen is de suiker zelfs niet nodig.

    Een onderzoeksrapport van het ministerie van landbouw en veeteelt in Nieuw Zeeland  vermeldt 3,2% in een suikersiroopoplossing om te druppelen. Zij vermelden er nog bij dat in Zuid Europa gebruik wordt gemaakt van 60g, in Centraal Europa 35g en in Noord Europa 45g. Ze spreken ook over 25-35ml per volk in plaats van 35-50ml. Nieuw Zeeland is momenteel nog niet geplaagd met de varroaproblematiek, maar het houdt ze natuurlijk al wel bezig.

    Waarschijnlijk is dan de juiste formule om 1 kg suiker te smelten in 1 liter water en hiervan dan 1 liter siroop 1:1 af te nemen om 35g oxaalzuurdihydraat in op te lossen. Dit is natuurlijk geen 3,5% oplossing maar minder. Om exact 3,5% oplossing te bekomen, moeten we namelijk 35g oplossen in de suikeroplossing tot we 1 liter in totaal bekomen. Dus de kristallen oplossen in een deel van de siroop en dan bijvullen tot 1 liter. Door de 35g in 1 liter te kappen, bekomen we namelijk meer dan 1 liter en een lagere concentratie.

    De beste uitleg vond ik in een online artikel uit 2006 van Randy Oliver en vertaald door Peter Vanhevel. Hierin wordt zeer uitgebreid alles over oxaalzuur besproken. Wat betreft de concentratie maakt hij verschil tussen een zomerbedruppeling van 4,2% en een winterbedruppeling van 3,5%. De winterbedruppeling van 3,5% is in een w:v verhouding. Weight:volume, dus 35g in 1 liter. Dit komt overeen met een 2,8% w:w (weight:weight) of 28g in 1kg siroop. Als je 3,5%w:w maakt of 35g in 1kg siroop bekom je dan 4,2% w:v.

    Als de oren van de gemiddelde imker nu beginnen te toeteren, kan ik dat best begrijpen. Wellicht is dit de reden dat veel imkers zo terughoudend zijn naar het bedruppelen toe. Het kan nochtans zeer simpel worden gemaakt. Zit niet zelf aan te modderen maar haal volgend jaar een commercieel produkt onder voorschrift of laat de apotheker een 3,5% oplossing maken in een suikeroplossing 1:1 naar het voorschrift van een dierenarts. Er is dan geen probleem met de juiste samenstelling en het verplichte register kan reglementair worden ingevuld. Door de bijen op de juiste manier te behandelen, met het juiste produkt op het juiste tijdstip, voorkom je veel leed bij je eigen bijenvolken en bij de volken van naburige imkers die wel goed behandelen.

  • Propolistinctuur

    Onlangs werd er op een bijeenkomst nog eens druk gepalaverd over het maken van propolistinctuur. Iedereen was het er over eens dat de propolistinctuur van 30% het beste is. En die moet dan worden gemaakt met een alcohol van 70°. Alleen kan men die alcohol niet vinden in de winkel. De ethylacohol van 96° is het enige alternatief. Alcohol van 96° lost echter ook de was deels op en we willen alleen maar de heilzame propolisbestanddelen extraheren. De discussie bleef dus aanhouden en ik heb me dan even verdiept in de juiste berekeningswijze. Eerst en vooral is een alcoholische graad een volumepercentage. Een mengsel van twee vloeistoffen wordt ook best aangegeven in volumepercentages. Dit wil zeggen dat de 2 vloeistoffen worden gemeten met een maatbeker. In dit geval dus 96 volumedelen alcohol en 4 volumedelen water. Indien we nu een alcoholconcentratie van 70° willen bereiken moeten we dus 70 volumedelen alcohol bekomen met 30 volumedelen water. Deze 70 volumedelen alcohol zitten in 100/96*70=73 volumedelen van ons 96°mengsel. We hebben dus nog 100-73=27 volumedelen water toe te voegen aan 73 volumedelen alcohol van 96° en we bekomen zo 100 volumedelen alcohol van 70°. Dit is de simpele regel van drie en iedereen was die simpel vergeten.

    De volgende stap is nu het bekomen van een 30% propolistinctuur. Een oplossing van een vaste stof in vloeistof wordt liefst uitgedrukt in gewichtspercentages. Dit wil zeggen dat we de twee bestanddelen allebei gaan afmeten op een weegschaal. We hebben dus 30 gewichtsdelen propolis nodig in 100 gewichtsdelen alcohol van 70°.  We lossen dus 30g propolis op in 100g alcohol van 70°. Een alcohol-watermengsel is weliswaar iets lichter zijn dan water maar dit kunnen we afronden. Onze keukenweegschaal zal de 100 ml alcohol van 70° immers eerder aangeven als 100g dan als 98g. 

    De juiste volgorde in de propolistinctuurproductie is dus eerst 73ml alcohol van 96° te mengen met 27ml water en in dit mengsel 30g fijngemaakte, zuivere propolisdeeltjes op te lossen. Na een week dagelijks intens schudden van dit mengsel, kan het worden gezeefd door een fijne doek en in druppelflesjes worden gegoten.

  • Nestkastjes

    Deze namiddag 8 nestkastjes gemaakt voor de pimpelmees. En zojuist heb ik ze in de beits gezet. Deze krijgen een plaatsje aan de bijenstand van het Waterbroek. Er hangen momenteel al 5 kastjes voor koolmezen. Deze waren dit jaar allemaal bewoond. Ik zou er nu nog graag enkele maken voor de zwarte roodstaart en voor de boomklever. Ook een uilenkast staat nog op de planning.

    nestkast, pimpelmees

  • Neuhaus

    Vorige week chocolaatjes gekregen van Neuhaus. De 3 nieuwe blikken met afbeeldingen van Kuifjealbums. Elk chocolaatje is dan ook nog omgeven met een mooie wikkel. Hier kan een stripliefhebber nu letterlijk van watertanden.Lachen

    Neuhaus

    Neuhaus, chocolade, Kuifje002.JPG

    Deze morgen was het -8°C op ons terras. De serredeur is dichtgevroren maar ik kan de verwarming zachtjes horen zoemen. Daarbinnen zal alles dan wel oké zijn. De voederplaatsen van de vogels zaten ook nog eens allemaal onder de sneeuw en geen vogel te bespeuren of te horen. Even propergemaakt en wat vers brood en appelschijven gegeven. Na amper enkele minuten waren de merel en het roodborstje al aan het smikkelen. Het viel me wel op dat merel vandaag niet zo hoog op zijn poten stond. Tussen zijn buikveren zal het wellicht wat warmer zijn. merel, voedertafelroodborstje, voedertafel

     

     

  • HACCP analyse honingproduktie

    Na de verplichte lectuur van de Gids voor goede Bijenteeltpraktijken heb ik mijn eigen analyse gemaakt met de punten waar ik zelf op let. De gids is algemeen opgesteld en ik schrijf mijn eigen punten op. Want niet iedereen gebruikt houten kasten en niet iedereen gebruikt zijn wagen bij de honingoogst. Dit document is natuurlijk niet permanent. Het is de bedoeling om het constant bij te werken waar nodig.

    Ik verdeel mijn honingproduktie in 2 stappen: De bijen halen nectar naar hun kast en ik haal de honing uit de kast. Elke stap in het produktieproces wordt beschreven en de mogelijke gevaarspunten worden aangeduid. Hiervoor wordt dan een oplossing aangegeven en deze wordt minutieus opgevolgd. Mijn oplossingen geef ik in cursiefschrift weer.

     

    Bij haalt nectar van planten naar kast:

    • Voldoende drachten voorzien: reizen, aanplanten, max. 4 productievolken per stand.

    • Gewasbeschermingsmiddelen

      • giftig en dus gaat de bij dood: geen probleem want ze raakt niet meer in kast

      • niet giftig genoeg: bij raakt wel in kast en ganse volk wordt ziek: niet oogsten van ziek volk

    • Drinkwater: zuiver water voorzien naast bijenstand, niet onder vliegroute

    • Kasten en ramen:

      • Kastverf : met laag  VOSgehalte, alleen buitenkant verven

      • Kasten ontsmetten

        • hout afvlammen na reinigen

        • kunststof schuren met soda en heet water na reinigen

      • Zuivere ramen, na uitsmelten was, koken met soda 6%, verbranden van oude ramen, niet laten rondslingeren

      • Proper stockeren

    • Proper werken aan volken tijdens ganse seizoen

      • kledij gewassen

      • handschoenen gewassen

      • beitel en materiaal gekuist en ontsmet

      • afvlammen materiaal tussen verschillende kasten

    • Was: eigen waskringloop

      • broedramen 100% vernieuwing per productiejaar

      • honingramen:

        • uitlikken boven eigen kast

        • alleen beste uitsorteren voor bewaring

        • bewaren in werkende diepvriezer

    • Gezonde bijen:

      • werken met eenjarige volken

      • ziektebestrijding:

        • slechts wettelijke of gedoogde middelen

          • darrenraat snijden

          • mierenzuur: pas na honingoogst

          • melkzuur: alleen broedzuigers en kweekkastjes in jaar vóór produktiejaar

          • oxaalzuur: druppelen in december

     

    n        Honingoogst:

     

    • Wagen: kuisen en leegmaken voor begin, plastic zeil leggen

    • transport honing naar slingerlokaal: transportbakken

      • gesloten bakken

      • zuiver gewassen en droog

      • staan in hal op zuiver afgeveegd palet

    • afnemen honingramen

      • geen broed in honingramen: koninginnenrooster

      • geen vreemde geuren in honing: niet beroken

      • geen vervuiling honing: afvegen bijen met zuivere veegborstel

      • alleen rijpe honing, vochtgehalte < 20%

        • 's morgens oogsten

        • alleen verzegelde ramen

        • refractometer

        • niet vernevelen

    • slingerlokaal

      • zuiver lokaal

        • leegmaken en verwijderen alles dat niet nodig is voor slingeren

        • plafond, muren en vloer reinigen: stoomreiniger

        • insectenwering: deur dicht en duister, bijenuitlaat voorzien

      • slingermateriaal zuivermaken voor en na slingeren

        • ontzegelmateriaal afwassen en drogen

        • slinger afwassen en drogen

        • zeven afwassen en drogen

        • afvulvaten afwassen en drogen

      • water

        • koud water

        • warm water

      • Handdoeken van katoen

      • Papierrol

      • Zuivere werkoverall

      • wegwerphandschoenen

    • Klaren honing:

      • in slingerlokaal op kamertemperatuur, lotnummer op vat

      • afschuimen na 2 dagen: met RVS lepel
    • Rijpen in kelder
    • Roeren honing:

      • Pas bij begin kristallisatie

      • Voor crèmehoningproduktie

        • mengen 1:1 met crèmehoning: 1 pot van vorig lot

        • dagelijks roeren met inox roerstok en 1:1 bijvullen

    • Vullen potten

      • zuivere potten:

        • vaatwasser of handafwas met heet sodawater

        • drogen door uitdruipen op rek of in oven

        • stof vermijden door omkeren bokalen

        • na vullen dadelijk dichtschroeven deksel