ecologisch imkeren

  • Het opstarten van ecokasten: resultaat eerste jaar

    In 2014 heb ik dus op verscheidene manieren en op verscheidene tijdstippen een ecokast opgestart. Hoewel de resultaten van uitwinteren nog niet bekend zijn, weet ik toch al veel. Het is genoegzaam bekend dat een volk groot genoeg moet zijn en voldoende voer moet hebben om succesvol te overwinteren. De grootste en zwaarste ecokasten zullen dus het meest kans maken om het goed te gaan doen. En welke dat zijn, kan ik momenteel al beoordelen. Hoe vroeger men de ecokast opstart hoe beter. En dat geldt zeker voor 2014.  Dit jaar was augustus zo koud en nat dat ook mijn Kempische kasten lichter werden in plaats van zwaarder. Deze werden daarom in september nog wat extra bijgevoerd. De ecokasten gaf ik slechts bij de opstart wat 1:1 suikeroplossing. Tot er een vijftal raten half waren afgewerkt. Dit jaar in augustus heeft nu echter geen enkele ecokast nog noemenswaardig raten gebouwd. Wellicht zijn ze gestopt met bouwen door het lage voedselaanbod. Vermoedelijk kan een volledig volk in juli nog succesvol worden overgezet. Mocht de zomer hierna weer zo slecht zijn, zou ik dit volk dan tot eind september  blijven voeren om betere resultaten te bekomen. Een ecologische imker geeft echter geen suiker als wintervoer. En uit hygiënisch standpunt wens ik zelf geen honing te geven afkomstig van een ander volk. Een dilemma dus.

    Een natuurzwerm in mei of juni zal vrij zeker de beste resultaten geven. Enkele dagen een koninginnenrooster voor het vlieggat en dan ook nog even wat lichte siroop voeren bij slecht vliegweer moeten het succes nog verhogen.

    Ik ben echter overtuigd dat het overbrengen van een gans volk uit een ramenkast het snelste resultaat geeft. Misschien niet het beste, maar zeker het snelste. Vermits ik mijn Kempische kasten slechts één jaar gebruik voor de honingproductie heb ik nu een nieuwe afzetmogelijkheid gevonden voor deze volken die ik voorheen als reserve trachtte uit te winteren. Begin april het ganse volk besproeien met oxaalzuur en overzetten in een ecokast geeft me dan een stevig gestarte ecokast. De eerstvolgende jaren probeer ik toch nog de Kempische lijn te behouden naast de ecolijn en dan zou deze methode zeer nuttig kunnen zijn.

    Het onderhoud van de ecovolken ga ik eveneens in driejaarse cycli doorvoeren. Net zoals mijn Kempische kasten. Omdat ik overtuigd ben dat hygiëne de sleutel is voor een oplossing van de hedendaagse problemen. In het eerste jaar wordt een volk hygiënisch opgestart. In het tweede jaar kan er een honingproductie zijn. En dan in het derde jaar tijdens de maand april een volledige overzetting in een nieuwe ecokast. Bij de overzetting wordt dit volk dan weer behandeld tegen varroa. Het is alleszins de bedoeling dat er nooit een bestrijdingsmiddel tegen ziektes wordt gebruikt in een ecokast. En als het tussentijds nodig is, wordt het volk behandeld buiten de kast en hierna overgezet in een nieuwe kast. Ook in de ecokast kan er een controle gebeuren op varroa waarna er kan worden ingegrepen. Dit is trouwens ook wat een bijenvolk in de natuur doet. Bij ziekte verlaten ze de vuile omgeving om elders zuiver te herbeginnen. 

    Maar eigenlijk zwermen ze liever op voorhand om op die manier ziekten te voorkomen. Zo doen ze het in de natuur, zo doen ze het al duizenden jaren. De ecologische imker wil de bijen zoveel mogelijk hun ware natuur laten volgen, maar zwermen en moderne ziekten zijn natuurlijk uit den boze. Vermits we niet allemaal imkeren in een gigantisch natuurgebied, ver weg van menselijke bewoning, zullen we een volk steeds proberen over te zetten in een nieuwe ecokast vooraleer ze besluiten om te gaan zwermen of vooraleer ze ten onder gaan aan ziekten.

  • Ecokast 6

    ecokast

    Deze kast staat bij een klant van mij. Sinds twee jaar werden daar twee Kempische kasten gezet van het voorjaar tot aan de honingoogst. De ecokast blijft er nu het ganse jaar staan om deze lieve mensen te plezieren. Om ecokast 6 te bevolken, probeerde ik weer een andere manier. Alle huisbijen uit de honingzolders van de twee Kempische kasten werden afgeveegd in een 'vegerkist' bij de honingafname. De vegerkist is een zelfgemaakte kist met gaas aan twee zijden en een deksel langs boven. Het deksel wordt tijdens het vullen, vervangen door een passende houten trechter. Als het kistje vol zit, worden de bijen besproeid door het gaas met oxaalzuur. De kist wordt binnengezet en op zijn zijkant gelegd. Er is nu gaas langs onder en gaas langs boven. Op dit bovenste gaas leg ik een stuk voederdeeg. Uit een apideakastje haal ik de koningin en hang ze in een gesloten kooitje bij in de vegerkist.

    Dezelfde avond werden de twee Kempische kasten nog weggehaald en naar de winterstand gebracht. De volgende dag werd de ecokast op haar definitieve plaats gezet en de bijen ingebracht. Het koninginnenkooitje werd eerst met een deegprop tussen de toplatten gehangen van de bovenste broedkamer en afgedekt met het vliegengaas. De bijen werden daarna van de vegerkist in de onderste broedkamer gegoten en terug dichtgelegd met de toplatten. De bovenste broedkamer werd er op gezet en ook nog een voerbak op het vliegengaas. De bijen gaan dan naar boven en bevrijden de koningin. Het kooitje werd na een week uit de bak gehaald. Het zit op dat moment al tussen de kersverse raten.

    Wat heeft deze kast me geleerd?

    1. De methode met een kunstzwerm en een nieuwe leggende koningin wordt vaak gebruikt in de imkerij en hierdoor wordt een mooi nieuw volk opgestart. In de ecokast lijkt dit toch niet zo ideaal. Het ging allemaal veel te traag. Ze hebben momenteel ook wel de bovenste broedkamer volledig uitgebouwd, maar het ging toch veel trager dan de start via een volledig volk met hun eigen koningin. Zelfs een kleinere natuurzwerm met hun eigen oudere koningin gaat sneller. En het is ook allemaal veel te omslachtig. Een kunstzwerm maken, deze behandelen en dan nog harmoniseren, een koningin invoeren en later nog in de kast brengen.

    2. Ook in een ecokast kan men een nieuwe koningin invoeren via een invoerkooitje.

    3. Natuurbouwraat is pas stevig als het volledig is uitgebouwd en ook vastgehecht is aan de zijkanten. Als de raten nog los hangen aan de toplat is de bevestiging zwak. Een ongelukkige duw tegen de ecokast kan een raat doen vallen. Deze wordt dan wel vastgezet aan de toplatten van de lagere broedkamer maar compliceert zo natuurlijk wel de latere honingafname. Tijdens een controle bleek een half uitgebouwde raat te zijn afgebroken en op de toplaten vna de onderste bak te liggen. De bijen hebben er in elk geval geen probleem mee. Vermoedelijk is er een duw tegen de kast gebeurt bij het werken in de tuin of eventueel zelfs door de dieren die bij de kast vrij rondscharrelen.

  • Ecokast 5

    Deze kast zou net zoals ecokast 4 worden gevuld met de bijen uit de Kempische kast na de honingoogst op 21 juli. Dit volk had sinds 7 juni een nieuwe koningin, maar haar eileg was ruim onvoldoende en het volk was ondertussen al duidelijk kleiner geworden. Ik kon bij de honingafname de koningin echter niet meer vinden en vermits men geen eitjes kan meegeven in een lege ecokast, had ik een probleem. Hierop besloot ik om deze bijen te versterken met een dubbel apideakastje dat wel een prima koningin had. 

    Ondertussen had ik ook een vliegengaas gevonden in RVS en had besloten om ecokast 4 en 5 hiermee af te dekken. Uiteindelijk bleek dat de bijen deze gaatjes niet zo snel propoliseerden en dus besluit ik dat het stevige grijze vliegengaas toch beter is. Om de bijen een voerbakje te geven, knipt men dan een vierkantje uit het gaas langs drie zijden, waarop het kan worden open geplooid en het voerbakje wordt hier op geplaatst. De bijen kunnen door de gemaakte opening in de voerbak. Na het voeren is het luikje gaas zeer simpel terug dicht te plooien. Het RVS gaas bleek veel stugger om uit te knippen en om te plooien. Bij dit volk gebruikte ik dezelfde manier om het apideakastje omgekeerd op de ecokast te zetten. Het luikje had ik wel bijna even groot geknipt als het apideakastje en er een stuk krant tussen gelegd. Om te kunnen voeren had ik een open bakje met drijfkurken op de bodemplank gezet vermits dit nu niet kon langs boven. De bovenste voerring werd vervangen door een broedkamer om het hogere apideakastje volledig te omhullen.

    Om verlies van de koningin of afvliegen van de zwerm te voorkomen, plaats ik de eerste dagen een stukje moerrooster voor het vlieggat. Dit hielp vermoedelijk ook wel een beetje tegen roverij van de voerbak op de bodemplank. Na vier dagen besloot ik de situatie eens te gaan beoordelen en eventueel wat voer bij te geven. Via het onderste kijkraam zag ik inderdaad dat er nog weinig voer aanwezig was in het voerbakje. Achter het tweede kijkraam zaten echter zeer weinig bijen. Het probleem werd nog groter toen bleek dat achter het bovenste kijkraam alle bijen zich op en rond het apideakastje bevonden. De kast werd terug opengegooid en nu bleek dat het RVS gaas toch wat te stug was en het apideakastje niet goed omsloten had. Met een nieuw gaas werd het probleem opgelost. Nog eens drie weken later heb ik dit apideakastje verwijderd en toen bleek zelfs dat nog niet alle broed was uitgelopen. Dit broed ging dus ook nog eens verloren. Het apideakastje werd vervangen door een voerbakje, maar half augustus bleek toch al veel te laat om de bovenste broedkamer nog volledig uit te bouwen.

    Ecokast

    ecokast

    Het zou me nu sterk verwonderen dat dit volk kan uitwinteren. Maar wie weet wat de winterse weergoden dit jaar weer in petto hebben? Maar als proef kon dit volk weer tellen en wat heeft ze me dit jaar geleerd?

    1. De bijen uit een dubbel apideakastje zullen wel volstaan, maar dan zeker niet zo laat op het seizoen.

    2. Verenigen met een krant kan ook in de ecokast.

    3. Voeren kan ook langs onder.

    4. Bij het overzetten in een lege kast gedurende enkele dagen een koninginnenrooster plaatsen voor het vlieggat geeft toch wel wat zekerheid tegen afzwermen van het volk. Ik voorzie eveneens een tweetal weken een 1:1 suikeroplossing voor het geval dat er te weinig dracht zou zijn.

    5. RVS gaas als bovenafdekking is niet geschikt wegens te stug. De groene plastic variant is wellicht te snel kapot gebeten, maar de steviger grijze variant voldoet prima.

  • Ecokast 4

    ecokast 4

    Ecokast 4

    Ecokast 4

    De laatste honingafname bij mijn Kempische kasten doe ik traditiegetrouw op 21 juli. Wel voornamelijk omdat ik die dag vrij kan nemen. Sinds enkele jaren start ik mijn honingjaar met jonge volkjes van het jaar daarvoor. Na de honingoogst probeer ik dan de productievolken op te ruimen. Ze hebben in het late voorjaar al 1 of 2 jonge afleggers gegeven als nieuwe productievolken voor het volgende jaar. Als ik de productievolken dus niet meer nodig heb als reserve, kan ik er nog alle kanten mee uit alvorens ze in te winteren. Ik kan ze wegdoen of er iets mee uitproberen. Ik ging bijgevolg ook proberen om ze als compleet volk over te  zetten in een nieuwe ecokast einde juli. Alle ramen, dus niet alleen de honingramen, werden afgeveegd in een grote plastic kuip. Het volk werd gesproeid met oxaalzuur en overgegoten in een nieuwe ecokast met 2 kamers. Gedurende 2 weken zijn ze nog bijgevoederd. Dit volk is momenteel slechts iets zwaarder dan volken 2 en 3, maar het beginvolk was natuurlijk ook groter. En ik blijf erbij dat de maand augustus dit jaar niet heeft geholpen in een goede ontwikkeling. Maar het klimaat was voor alle ecokasten hetzelfde en dus kan er worden vergeleken. Hoe later op het jaar een ecokast wordt bevolkt, hoe groter het volk moet zijn. Einde juli met een gans productievolk beginnen, beschouw ik nu zelfs als een minimum.

    De kast staat in de bijenhal op dezelfde plaats als haar voorganger uit de Kempen. Dit volk heeft dus zelfs haar vliegbijen niet verloren. Ze is broedloos gemaakt en behandeld tegen de varroamijt na de honingoogst. Dit is eigenlijk wat tegenwoordig zo wordt aanbevolen. Maar ook de oude kast en alle ramen zijn verwijderd. Het volk heeft zijn ganse wasvoorraad, voedervoorraad en zelfs stuifmeelvoorraad moeten inleveren. Wat sanitaire zuivering betreft, kan dit tellen natuurlijk.

    Wat heeft dit volk me nu geleerd?

    1. In vergelijking met de zwermen van kast 2 en 3, doet ze het zelfs lichtjes beter ondanks de 6 weken verschil. Maar het was wel een gans volk en geen half zoals een zwerm meestal is.

    2. In vergelijking met kast 1 doet ze het prima. Ook dit was een compleet volk. Volk 4 heeft me dit jaar in haar Kempische kast nog wel honing opgeleverd. Volk 1 leverde wel de Kempische broedbak in het late voorjaar, maar ze was ook zeer dicht bij het leveren van een ecohoningbak. Hier durf ik voorlopig uit besluiten dat het beter zal zijn om begin april het ganse volk gewoon over te zetten in een ecokast. Hierdoor moeten ze bijna zeker , als ze op dezelfde locatie staan, een honingbak kunnen missen einde augustus. Niet meer laten uitgroeien naar onder door er een ramenkast op te zetten, maar ze na oxaalzuurbehandeling, in één keer over te zetten in een ecokast.

    3. De behandeling met oxaalzuur begin april in vergelijking met de behandeling einde juli kan ook alleen maar voordelen opleveren. De mijten afdoden op het moment dat hun ontwikkeling op een hoogtepunt is, kan niet efficiënt zijn. Einde juli zijn er maximale hoeveelheden varroamijten in het volk en het bijenvolk op zich begint het dan al wat rustiger aan te doen. Als ik daarentegen de mijten afdood op het moment dat het bijenvolk explosief begint te groeien terwijl er nog niet veel mijten zijn moet het resultaat gewoon beter zijn. Laat ons veronderstellen dat na een oxaalzuurbesproeiing 90% van de mijten worden gedood. Dan blijft er dus 10% in leven. En hoe minder mijten er op het moment van de behandeling zijn in het volk, hoe minder er na de behandeling overblijven. Eender welke ziekte die men wil behandelen op een zo economisch en efficiënt mogelijke manier, dient men te behandelen in het beginstadium en niet pas op het hoogtepunt van de symptomen. Als men de hoeveelheden varroamijten uitzet op een grafiek over het ganse jaar zien we een duidelijk stijgende lijn. Vanaf het voorjaar steeds stijgend zolang de bijen broeden. Zetten we nu op dezelfde grafiek ook het aantal bijen uit, gaat deze lijn ook stijgen vanaf het voorjaar, maar we zien een daling vanaf hoogzomer, naar het lager aantal winterbijen toe. Deze dalende lijn van het aantal bijen en de nog steeds stijgende lijn van het aantal varroamijten, geeft op de grafiek een kruisteken. En dat kruis staat voor mij symbool van de dood. De dood van dat bijenvolk.

  • Ecokast 2 en 3

    Deze twee kasten zijn allebei opgestart van een geschepte zwerm. Kast 2 is geschept op 3 juni en kwam uit ecokast 1. Kast 3 is bevolkt met een zwerm die ik heb geschept op 6 juni. Hij was afkomstig uit een Kempische kast. Kast 1 was nog gemaakt van multiplex. De latere kasten zijn gemaakt van vol hout. Vanaf kast 3 ben ik overgestapt op een witte beits. De twee kasten hebben momenteel een ganse bak uitgebouwd zoals te zien op de foto's via de kijkraampjes. De onderste bak gebruiken ze momenteel hoofdzakelijk om wat in door te hangen. Er is wel een aanzet van uitbouw maar dit is nog te verwaarlozen. De isolatie van kast 2 is eveneens vanaf het begin versnipperd krantenpapier. In kast 3 had ik het kussen gevuld met schapenwol. Tijdens de natte augustusmaand, die koud en nat was, voelde deze wol echter vochtig aan terwijl de krantensnippers droog bleven. Daarom heb ik toen in alle kussens de wol vervangen door krantensnippers.

    ecokast 2

    ecokast 2

    ecokast 3

    Ecokast 3

    ecokast 3

    Kast 2 staat een beetje beschut tegen de koude oostenwind en kast 3 staat volledig open op het perceel. Het dak heb ik bij alle ecokasten gedekt met roofing. De twee die hier volledig in weer en wind staan, heb ik elk nog de helft van mijn oude operatietafel gegeven. Een stevig deksel dus in RVS. Op de ondergrond heb ik telkens een oude kloostersteen waterpas geplaatst. Deze is slechts even groter dan de basis van de ecokast en bijgevolg staat deze kast ook steeds exact op dezelfde plaats. Er is simpelweg geen ruimte op die steen om de kast iets te verschuiven.

    Begin oktober heb ik alle kasten voorzien van het wintervlieggat. Of noemen we het een muizenplankje?

    Wat heb ik al geleerd van deze kasten?

    1. Ze zijn opgestart begin juni en momenteel hebben ze beiden een volle bak uitgebouwd. We zullen zien of dit genoeg is voor de winter. Misschien waren ze verder geweest als de maand augustus meer zomers was geweest. Dat zullen we dan volgend jaar te weten komen. De uitbouw van de ecokast door een zwermvolk lijkt zeer goed te gaan.

    2. Ecokast 2 had zijn muggengaas pas na een tweetal maanden gepropoliseerd terwijl kast 3 dat al deed in de eerste week. Het resultaat nu is evenwel gelijk. Ik veronderstel dus dat de bijen zelf wel het best weten hoe het moet.

    3. Wellicht kunnen zeer veel materialen worden gebruikt als isolatie. Opvolging is toch wel nodig. De krant vind ik nog het simpelste. Deze heb ik alle dagen en één volstaat per kast. Een weekendeditie is zelfs teveel. Wellicht ga ik vanaf  nieuwjaar de laag aanvullen. Ze zal dan wellicht voor de helft zijn ingezakt en als de koningin herbegint aan het legseizoen kan ze de extra warmte wellicht gebruiken. En voor alle duidelijkheid: het zijn geen lagen van krantenpapier maar een versnipperde krant. Er moet nog wel luchtcirculatie mogelijk zijn door de isolatielaag heen. De kast heeft haar luchtinstroom door het vlieggat en kan door het al dan niet gepropoliseerd muggengaas én door de isolatielaag via het dak weer naar buiten. Waar en hoeveel er weg kan naar buiten, bepalen de bijen volledig zelf door het openen of sluiten van enkele gaatjes in het muggengaas.

  • Ecokast 1

    ecokast 1

    ecokast 1

    ecokast 1

    ecokast 1

    De eerste ecokast, met het nummer 1 zal ik even voorstellen. Begin april heb ik een Kempische broedbak op een ecokast gezet met één kamer. Ik had hiervoor een adapterplank gemaakt en gaf de bijen zo de kans om naar onder te groeien. Dit ging vrij vlot en op 23 mei heb ik dan de Kempische bak weggehaald en twee nieuwe ecobakken ondergeplaatst. De ramen van de Kempische broedbak heb ik vervolgens uitgesneden en geperst om alvast deze manier van honing oogsten te testen. Twee potjes van deze honing heb ik teruggegeven aan het volk in de tijdelijke voederkamer. Vermoedelijk is het wegnemen van de bovenste bak te laat gebeurt, waardoor de verdere uitbouw wat achterbleef. De tweede kamer werd wel snel tot de helft uitgebouwd maar dan stokte het een beetje. Begin juni zag ik plots een grote tros bijen boven in de onderste, lege kamer hangen. Terwijl de haalbijen zeer goed af en aan vlogen en ook in de hogere kamers veel bedrijvigheid was te zien, was er blijkbaar toch een grote groep bijen werkloos geworden. Ze hingen echt niet in draadjes aan elkaar zoals ze doen als ze raat uitbouwen. Het was ook niet tijdens de nachtelijke uren als de haalbijen in tros hangen te slapen. Vermits de tweede kamer niet volledig klaar was en ik al had gelezen dat een zwerm zich op deze manier in het volk aankondigde, kon ik me voorbereiden. Zonder het kijkraam zou ik dit wellicht nooit bemerkt hebben. Het wegnemen van de bovenste bak en het geven van ruimte onderaan is vermoedelijk te laat gebeurt. Zodra de zwerm dan op 3 juni uitvloog, omstreeks de middag, heb ik hem vlot in ecokast 2 kunnen slaan. Het volk kreeg zo meer ruimte en ik nam de onderste kamer weer weg. De verdere uitbouw van de tweede kamer ging zoals verwacht verder na een goede maand. Pas dan was de nieuwe koningin ook volop aan de leg en had ze ruimte nodig. In de bovenste kamer bemerkte ik dan al geen verzegeld broed meer, doch zag meer en meer honing in de buitenste cellen verschijnen. (foto 3) Op 18 juli hingen de bijen dan met een baard aan de vliegplank en ik gaf ze terug een derde bak. De uitbouw hiervan  is momenteel nog altijd maar begonnen aan slechts twee raten. Daarom werd begin september besloten om de bovenste bak niet te oogsten en de onderste bak eveneens te laten staan. Ik zat eigenlijk te wachten tot de bijen verder waren met de uitbouw van de derde kamer en dat er tevens honingopslag zou te zien geweest zijn in de tweede kamer tegen het glas.  Alleen dan kon ik zeker zijn dat de bijen voldoende voer hadden om op zichzelf door de winter te raken. Alle foto's zijn vandaag genomen en  de bijen zitten nu duidelijk dieper op de raat, verder weg van de wand.

    Wat heeft deze kast me geleerd?

    1. Ik had het ganse volk beter volledig in een ecokast gekieperd begin april na ze te hebben besproeid met oxaalzuur. Het opzetten van een Kempische broedbak heeft het verloop alleen maar vertraagd.

    2. Het plots wegnemen van de Kempische broedbak op het einde van de maand mei werd niet meer voldoende gecompenseerd door de twee lege kamers onderaan en het volk koos ervoor om te gaan zwermen.

    3. Een controle door het kijkraam bij mooi vliegweer laat zeer duidelijk de beginnende zwermstemming opmerken. Op dat moment kon ik zelfs een mooie gesloten zwermdop zien door het raam van de bovenste kamer.

    4. Het kijkraam aan de achterkant is met stip dé uitvinding van de kastimkerij. Zo zag ik begin deze week het buitendragen van één enkele witte pop door het vernauwde vlieggat. De pop zag er bij inspectie volledig normaal uit. Door controle via het raam kon ik op de gesloten bodem geen enkele andere pop bemerken en bijgevolg zag ik ook geen enkele reden om de kast te openen voor een controle. Met een Kempische kast had ik dit wellicht wel gedaan. Met een onnodige kastafkoeling en propoliszegelverbreking op de koop toe voor dat volk. Eén of enkele dode larven die worden buitengewerkt duiden immers eerder op een goede poetsdrift dan op een probleem. In elk geval kan ik me bij deze temperaturen nog regelmatig een snelle controle veroorloven via het kijkraam.

  • Ecologisch imkeren: het begin

    Nu gaan we er echt aan beginnen. We gaan voor ecologisch. Imkeren doen we niet langer met in ons achterhoofd de productie van honing. Het is een hobby, een zeer leuke hobby, maar het moet dus ook een hobby blijven. Al sinds 1976 ben ik een gediplomeerd natuurgids en was dus eigenlijk altijd al begaan met de natuur. Ik hou van dieren en vogels en heb er ook mijn beroep van gemaakt. Maar buiten in de natuur heb ze toch vaak niet opgemerkt daar ik liever naar mijn voeten kijk. Het leven dat zich daaronder afspeelt, kreeg bij mij onbewust altijd een streepje voor. De kleinste insecten en de kleinste planten verdienen volgens mij meer aandacht dan ze door hun grootte slechts mogen ervaren.

    Ik was, toen ik met imkeren begon, dan ook snel begonnen met de aanleg van een stukje grond voor mijn bijen. Ik ben opgegroeid in zanderige dennenbossen en het stukje grond dat ik in gebruik nam was een nat weiland. Als biotoop was dit voor mij compleet anders. De natuurlijke bewoners en de plantengroei daar bleken echter zo interessant dat ik ze zeker niet wil wegpesten.  Ik kan me dan ook uren amuseren met het bestuderen van de kleinste plantjes en de onnozelste zweefvliegjes die ik daar tegenkom. Meer en meer heb ik me er de voorbije jaren op betrapt dat ik thuis kwam van de bijenstand en was vergeten om naar mijn bijenkasten te kijken. Het natte weiland is ondertussen verdubbeld in oppervlakte tot zo'n 60 aren. Het naastliggend populierenbos werd bijgekocht, is gekapt en raakt nu stilaan begroeid met meer bijenvriendelijke bomen en struiken. Vooral de opkomende bremstruiken gaan volgend jaar voor een nieuwe ervaring zorgen. Langs de randen van het perceel zijn meidoornstruiken, sleedoornstruiken, krentenboompjes en knotwilgen geplant. Dwars door het perceel loopt nu een strook grasland die meestal berijdbaar is met de wagen. Deze groene strook ziet regelmatig wit van de klaverbloemen. Naast dit pad heb ik acacia's aangeplant die dit jaar voor het eerst hebben gebloeid. Er werden lindenbomen geplant en sporkenhout, esdoorns en inlandse kers, catalpa's en bijenbomen, gleditsia's en Koelreutera's. En naast deze bomen ontelbare struiken en bijenplanten. Een deel is in gebruik als boomgaard met allerlei fruitbomen en kleinfruit. Een moestuin, een kolenveld en een  aardappelveld heb ik er eveneens aangelegd. Tevens worden enkele stroken regelmatig weer ingezaaid met mosterd of phacelia. Om in de toekomst meer tijd te kunnen spenderen aan het onderhoud van deze 'ecotuin' ga ik nu dus ook de overstap zetten naar de ecokasten met bijen. Thuis in de siertuin aan de woning heb ik een ecokast geplaatst en in de ecotuin heb er momenteel vier staan. Een zesde staat bij een klant van mij. Daar heb ik mijn kempische kast vervangen door een ecokast omdat ik deze veel minder vaak dien te controleren en ik er dus ook minder vaak moet langsgaan. Het gebruik van de ecokasten moet me dus tijdwinst opleveren. Tijdwinst in mijn vrije tijd. Eigenlijk te gek voor woorden, maar met de beste bedoelingen: Om meer tijd te kunnen spenderen aan het genieten van de natuur zelf.

    Net zoals bij mijn eerste stappen in de imkerij met de kempische kasten, begin ik ook hier met meerdere volken tegelijk. Hierdoor doe ik meer ervaring op in een kortere tijdspanne. Ik probeer dit nog te versnellen door ze doelbewust op verschillende manieren te benaderen. Zorgvuldig documenteren moet me snel op de goede weg helpen. En hier moet ook deze blog me bijstaan. Voor mij is het een dagboek, maar iedereen mag natuurlijk meelezen. 2014 was het jaar van de opstart en ook dit heb ik gedaan op een manier dat ik zo snel mogelijk zo veel mogelijk kan leren. De zes ecokasten zijn elk op een andere manier opgestart en zijn dus op hun manier elk verschillend. Volgende keer hierover meer. En ik zal de gemaakte fouten niet uit de weg gaan. Want van fouten kan men leren.